KERKDIENSTEN

Aanvangstijden per 1 september zijn:

Zondagmorgen    9:30

Zondagmiddag     16:30
 

 

Kerkorgel CGK Woerden

 

 

Christelijke Gereformeerde Kerk Woerden

 

Vierkante zaalkerk waarin liturgisch centrum en orgel diagonaalsgewijs tegenover elkaar zijn geplaatst

Gebouwd in 1986. Ontwerp Frank van Buren, architect te Woerden.

Historische gegevens uit o.a. de encyclopedie: 'het Historische Orgel in Nederland', deel 1, periode 1479 – 1725 uitgegeven in 1997

 

Bouwers

1.  Jacob van den Eijnde uit Sint Maria Aalten

2.  K.B. Blank

 

Jaren van oplevering

1.   1708  (vermoedelijk)

2.   1960

 

Oorspronkelijke locatie                                       onbekende kerk in Zuid-Nederland of Vlaanderen

                                      1899                        *  orgel geplaatst in de Gereformeerde kerk te Axel 
A.S.J. Dekker                    1918                        *  orgel overgeplaatst naar Daarle, Hervormde Kerk
J.C. Sanders                     1959                        *  demontage en vervolgens opslag in werkplaats Utrecht
K.B. Blank                        1960                        *  orgel geplaatst in de Chr. Geref. Kerk Utrecht-Noord 

                                                                    *  vrij pedaal met roodkoperen frontpijpen toegevoegd
                                                                           in twee torens ter weerszijden van de kas
                                                                    *   manuaalomvang uitgebreid van C-c3 tot C-f3
                                                                    *  Cornet uitgebreid van c1
Hendriksen & Reitsma       1969                         *  restauratie windlade manuaal
Hendriksen & Reitsma       1977                         *  aanleg tremulant
Hendriksen & Reitsma       1979                         *  orgel overgeplaatst naar Chr. Geref. Kerk te Woerden
Hendriksen & Reitsma       1986                         *  orgel in nieuw kerkgebouw geplaatst
                                                                    *  tinfolie aangebracht op roodkoperen frontpijpen van het pedaal
                                                                    *  pedaaltorens geschilderd in kleur van de orgelkas (wit)

 

 


Bijzonderheden

De frontpijpen zijn van later datum, evenals 12 pijpen van de Fluit 4’ en de discant van de Mixtuur. Het overige pijpwerk is grotendeels oud.

 

Kunsthistorische aspecten

Dit bescheiden vijfdelige  orgelfront is niet gemakkelijk te plaatsen. De inzwenkende bovenlijsten komen in combinatie met smalle eendelige tussenvelden niet zo vaak voor. Het meest aannemelijk is een situering in het grensgebied tussen de toenmalige Generaliteitslanden en Zuidelijke Nederlanden. De Antwerpenaar Pescheur zou dus  zeker als maker in aanmerking kunnen komen. De decoratie wijst ook in de richting van de Zuidelijke Nederlanden, met name de cherubijnenkoppen in de vleugelstukken die verder naar het noorden voornamelijk te vinden zijn bij Ruprecht en verhofstadt. Het snijwerk onder de torens laat in het midden twee gevleugelde engelenkopjes zien. Onder de linker toren is een kop van een koning afgebeeld, die ondanks het ontbreken van de harp, wel als David is te identificeren. De vrouwenfiguur onder de rechter toren zal wel Cecilia zijn. Bij het blinderingssnijwerk heeft de maker zich een grap veroorloofd, die alleen bij zeer nauwkeurige beschouwing duidelijk wordt: er zijn gezichten in te onderscheiden met ogen, wenkbrauwen en brede neusvleugels, een idee verwant aan de bladkoppen uit de 16e en vroege 17e eeuw. Bijzonder zijn nog de vrij hangende, gebogen slingers tussen de torens. De bekronende beelden zijn afkomstig van het vorige orgel in de Woerdense kerk.

 

 

In het jaar 1998 heeft drs. J.A. van Pelt, muziekwetenschapper en uitvoerend musicus te Woerden, op verzoek van de organisten het orgel beoordeeld. Hieronder zijn verslag.

 

Betreft:  het orgel van de Christelijke Gereformeerde Rehobothkerk te Woerden

Woerden, 5 maart 1998.

 

Mijne Heren,

 

Het was alweer enkele jaren geleden, dat ik Uw orgel bespeelde, onder meer tijdens een concert in juni 1994. Naderhand heb ik nog enige tijd lessen mogen geven in Uw kerk. Dit laatste heb ik echter reeds in 1996 weer stopgezet, omdat mijn leerlingen voor de lessen minstens een tweemanualig orgel nodig hebben.

Tot op heden had ik echter nog verzuimd, om U formeel te bedanken voor de gastvrije gelegenheid die U mij geboden heeft, om in Uw kerk lessen te geven. Vanaf deze plaats zeg ik U hiervoor, bij dezen, gaarne heel hartelijk dank! Ik ben blij, dat ik nu een tegenprestatie kan leveren, middels onderstaande.

Op verzoek van de heer Cor Sneep bespeelde ik in februari jl het orgel van Uw kerk, met als doel om te onderzoeken welke eventuele verbeteringen aan dit instrument zouden kunnen worden aangebracht. Mijn bevindingen zijn de volgende:

De labiaal-stem prestant 8’ klinkt goed. Het pijpwerk spreekt in de baskant weliswaar enigszins traag aan. Dit is een normaal verschijnsel bij pijporgels (in tegenstelling tot elektronische orgels). De luchtkolom moet immers in de grote pijpen geheel tot trilling komen, alvorens we de klank horen en daar is altijd enige tijd mee gemoeid. Wellicht kan er toch met een eventuele herintonatie enige aandacht aan worden geschonken.

De intonatie van de prestant 8’ is zonder meer fraai te noemen! Door het unieke historische pijpwerk klinkt dit register zeer stijlvol.

De zachtste labiaal-stem van het orgel, holpijp 8’, heeft dit euvel ook in beperkte mate. Ook hier geldt: een normaal verschijnsel. Ook hier zou de orgelbouwer aandacht aan kunnen schenken.

Ook de octaaf 4’ is een mooi register, dat zich goed mengt met de beide bovengenoemde stemmen. Eén octaaf lager bespeeld, is deze stem ook prima bruikbaar als alternatief voor de prestant 8’.

De fluit 4’ past goed in de boventoonreeks van de holpijp 8’. Eén octaaf lager bespeeld, is ook dit register prima bruikbaar als alternatief voor de holpijp 8’.

De quintfluit 3’ is goed te combineren met de overige fluitstemmen, alsmede de prestant 8’. Dit register is een onmisbare schakel in het zogenaamde ‘klein plenum’ (dat kan worden samengesteld met prestant 8’, octaaf 4’ en octaaf 2’).

De octaaf 2’ is in verhouding tot de drie bovengenoemde registers aan de luide kant, hetgeen dikwijls eigen is aan de prestant-registers in de hoge ligging.Het register kan zeer goed worden gedisponeerd in combinatie met de andere stemmen van het orgel. Het voordeligst klinkt dit register in combinatie met het klein plenum, mits éérst de quintfluit 3’ wordt uitgetrokken.

De cornet klinkt bijzonder goed, wanneer het register éénstemmig wordt bespeeld, bij voorkeur in combinatie met prestant 8’ en de beide pedaalregisters. De organist moet dan echter wel terdege opletten dat de linkerhand niet in het laagste gebied wordt ingezet: de akkoord-tonen  moeten dus gekozen worden in het zogenaamde ‘klein octaaf’, de pedaal tonen niet té laag. Wanneer de cornet wordt gebruikt bij akkoordmatig orgelspel, klinkt dit register minder gunstig, omdat het dan teveel gaat overheersen: deze stem is mijns inziens geïntoneerd op een vrij grote ruimte en komt derhalve in de huidige kerk niet zo goed uit de verf. Zonder twijfel kan door een orgelbouwer aan dit euvel wat worden gedaan.

Dit laatste probleem geldt ook, zelfs nog in meerdere mate, voor de mixtuur. Deze samengestelde vulstem geeft de totaalklank van het orgel een grote helderheid. Wanneer dit register wordt toegepast, moet het gebruik van ‘volle akkoorden’ worden afgeraden. Vierstemmig orgelspel is dan voldoende. Bij vijf- of zesstemmigheid, en zelfs al bij vierstemmigheid in de hogere regionen, kan de klank van het orgel als ‘scherp’ worden ervaren. Dit laatste kan enigszins worden tegengegaan, door gelijktijdig met het trekken van een mixtuur, het register octaaf 2’ weer uit te schakelen.

De heer Sneep vroeg me, te willen bezien of een eventuele ‘opsplitsing van de prestant 8’ in baskant en diskant’ tot de mogelijkheden zou behoren. Dit lijkt me echter niet gemakkelijk te realiseren. Wanneer deze voorziening zou moeten worden aangebracht, zou de gehele windlade ingrijpend moeten worden gewijzigd, hetgeen een zeer kostbare zaak zal zijn. Wellicht ziet een orgelbouwer hiervoor andere mogelijkheden…..

Tenslotte nog een gemakkelijk te verhelpen probleem: boven het pedaal bevindt zich de verlichting op een onhandige plaats. Zeer hinderlijk tijdens het spelen. Mijns inziens dient deze te worden verwijderd. Op een andere plaats zou een modernere verlichting kunnen worden aangebracht. Hierbij is het heel belangrijk, dat de organist tijdens het spelen absoluut niet recht in de lichtbron kan kijken. Dit is namelijk van invloed op de grootte van de ooglensopening: bij grotere lichtinval wordt deze kleiner, wanneer deze kleiner wordt, heeft dit een ongunstig effect op het noten lezen.

Hopende, U hiermee van dienst te zijn geweest,

Met vriendelijke groeten, 

Hoogachtend,  J.A. van Pelt

 

Voor foto's en dispositie zie bij onderstaande link:

http://www.orgelsite.nl/kerken30/woerden5.htm

 

Hieronder een foto uit de tijd dat "ons" orgel stond in de Gereformeerde Kerk van Axel (periode 1899-1918)

orgel oud.jpg - 35.86 Kb